Schiet mij maar lek

Het hele jaar door, met een piek rond de jaarwisseling, worden hulpverleners gedwarsboomd bij de uitvoer van hun werkzaamheden. Schelden, bedreigen, in de weg lopen.. you name it en het gebeurd. Dit schelden en bedreigen gebeurt niet alleen op straat. Ook het personeel van zieken- en verzorgingstehuizen kan hierover meepraten.

Baliepersoneel op de SEH heeft te maken met patiënten die niet altijd begrijpen dat iemand met een slagaderlijke bloeding (om maar een voorbeeld te geven) eerder behandeld wordt dan iemand met een gebroken vinger. Iets met levensbedreigend en zo. Spreekuurassistenten op poli’s hebben te maken met mensen die niet snappen dat een uur te vroeg komen niet betekent dat je eerder aan de beurt bent, of die niet begrijpen dat als het spreekuur van specialist A uitloopt, patiënten van specialist B daar geen (of veel minder) last van hebben. En verpleegkundige en verzorgenden in zieken- en verzorgingstehuizen kunnen het in de ogen van diverse familieleden van patiënten en cliënten nooit goed doen.

Natuurlijk zijn er zorgprofessionals die beter een ander vak hadden kunnen kiezen, maar het overgrote deel van het zorgpersoneel doet zijn/haar stinkende best om patiënten en cliënten zo goed mogelijk te helpen en verdient het niet dat familie en vrienden van patiënt/cliënt hun eigen frustraties op hen botvieren. Niemand verdient dat.

Ik lees de verhalen, ken de (straf)regels, heb zelfs in min huidige functie wel eens met zo’n gefrustreerd familielid te maken gehad. Met andere woorden, ik ben met het fenomeen bekend. Maar als er één plek is waar ik dit gedrag niet had verwacht, is het op de bloedbank.

Ik bedoel maar, donoren doe je vrijwillig. Voor het welzijn van anderen. Als vrijwilliger ben je op de hoogte van de regels rondom wel of niet bloed mogen geven. De regels staan op de site en voor elke donatie moet je een vragenformulier over je gezondheid invullen. Alles om ervoor te zorgen dat het bloed wat jij geeft veilig aan iemand die afhankelijk is van een bloedtransfusie gegeven kan worden.

Ik weet dat ik niet mag doneren wanneer ik een virus onder de leden heb, korten dan 4 maanden geleden accupunctuur in een louche tent heb gehad, of korter dan vier dagen geleden een NSAID (pijnstillers zoals Ibuprofen, voltaren K) heb geslikt. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

Eigenlijk had ik tussen Kerst- en Nieuwjaar een afspraak maar buikgriep gooide roet in het eten. Dat ik begin januari weer een oproep kreeg betekent mijn bloed nodig is, en ik maakte een afspraak voor afgelopen vrijdag. Zoals altijd vul ik het formulier netjes in. Toen buikgriep gehad, accupunctuur was met steriele naalden, al zeker 3 maanden geen NSAID meer geslikt. Het formulier werd doorgenomen, antwoorden gecontroleerd, bloeddruk en HB gemeten en uiteindelijk werd ik goedgekeurd om bloed te geven.

Terwijl ik aan de naald hing viel het mij op hoe de aanwezige laboranten de balie in de gaten hielden. Na de donatie aan de koffie zag ik hoe de vrijwilliger iedereen die binnenkwam in de gaten hield. Een laborante kwam koffie drinken, en bleef naar de balie kijken. Ik vroeg waarom.

De dag ervoor had zich een donor gemeld waarvan je op 100 meter afstand kon zien dat hij ziek was. De laborant met baliedienst vertelde de man dat hij niet mocht doneren en de man is uit zijn dak gegaan. Geschreeuwd, gedreigd. De bloedbank heeft te weinig donors dus waarom hem weigeren terwijl hij wil helpen? Niet voor reden vatbaar. Niet willen begrijpen dat het niet veilig is bloed van een ziek iemand aan een nog ziekere persoon te geven.

Dat hele agressieve gedoe tegen hulpverleners, en daardoor het leven van mensen die hulp nodig hebben in gevaar brengen, daar snap ik geen hout van (en verklaar ik

met de gedachten het IQ van een stronk boerenkool), maar een donor die zo kortzichtig met het leven van iemand die afhankelijk is van bloedproducten omspringt…

Echt, schiet mij maar lek.

Internet fraude: met open ogen

Als consument probeer ik zoveel mogelijk lokaal, in fysieke winkels, te shoppen maar soms wil ik iets hebben wat ik in de regio niet kan vinden. Op die momenten zoek ik mijn heil op het wereldwijdeweb. Een aantal bekende (grote) webshops staan op mijn not done lijstje.

Ali en Wish staan om meerdere redenen op dat lijstje. De prijzen zijn dusdanig laag dat het meestal kopieën betreft terwijl de plaatjes het originele product laten zien (fraude). Daarnaast zijn de kopieën (zeker wat kleding en sieraden betreft) zo slecht dat je je geld net zo goed in de lucht kunt smijten, en ziet de maker van het product dusdanig weinig van dat geld terug dat je van moderne slavernij kunt spreken. Dat laatste is ook het verdienmodel van een bedrijf als Shein. Ook Amazon, het bedrijf van één van de rijkste mensen van de wereld, maar in die categorie stoppen. De werknemers verdienen niet genoeg om van rond te komen, en de marketing strategie van Amazon is gericht op het kapotmaken van de concurrentie om op die manier een monopoly positie te creëren. Dat dat voor ons als consument op de lange duur niet voordelig is, hoef ik denk ik niet uit te leggen.

Onze eigen Bol is ook niet helemaal schoon. Dat is waarschijnlijk de reden dat ze nog bestaan. Om te kunnen concurreren met de grote spelers, is Bol voor een aantal artikelen een soort doorgeefluik geworden. Veel van de items op de site liggen niet in hun magazijn, maar in het magazijn van derden. En daar begint de ellende. Ligt de waarde van de winkelwagen boven de €25 is de verzending gratis. Dus bedrijf a krijgt alleen het geld voor de pen (ik noem maar een voorbeeld) en draait zelf voor de verzending op. Hetzelfde geldt voor de bedrijven b t/m g en Bol zelf. Bij items waarvan de winkelwaarde lager of gelijk is aan de verzendkosten lijdt de ondernemer zeker verlies. Noem mij een dief van mijn eigen portemonnee, maar in een aantal gevallen bestel ik of rechtstreeks bij de andere ondernemer, of ik zorg dat het bedrag onder de €25 blijft.

Bovenstaande zijn de grote jongens en meisjes, maar zij zijn niet alleen. De laatste jaren zijn de kleine webshops die niet te vertrouwen zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. De website is gevuld met de mooiste foto’s van de meest prachtige artikelen. Handgemaakt en beperkte voorraad want…. Vroeger kon je die websites makkelijk herkennen aan het feit dat ze niet beveiligd zijn, de hoeveelheid spelfouten (hoewel dat niet altijd iets zegt) en de afwezigheid van een contactpagina.

Tegenwoordig is het wat lastiger zeg ik, om mijzelf nog enigszins vrij te pleiten. Sinds ik via Esty een paar oorbellen kocht, die niet uit Nederland (wat ik dacht) maar uit Ierland kwamen, let ik nog beter op. Verder heb ik de gewoonte om, wanneer ik iets leuks op bijvoorbeeld Instagram voorbij zie komen, het bericht op te slaan. Na een week heb ik meestal hetzelfde product bij een aantal verschillende winkels opgeslagen, en dan weet je dat ‘zelfgemaakt’ niet klopt.

Dat laatste deed ik dit keer ook toen ik een fantastisch leuke ring voorbij zag komen in de opheffingsuitverkoop. De prijzen voor en na korting waren geheel conform Nederlandse prijzen. Dat schept vertrouwen. Het bleef bij die ene keer en na een week bekeek ik de website. Die is én beveiligd en heeft een Nederlands adres. Nu weet ik dat ik ook even naar de contact informatie had moeten kijken, en mijn gevoel had moeten vertrouwen.

Maar ja…. niet alleen die drakenring was mooi. Ik zag ook een paar leuke oorbellen en nog een schattig ringetje, negeerde mijn gevoel dat de manier van presenteren soms wel heel erg afweek, en dat sommige producten van een heel ander soort kwaliteit leken, en drukte op bestellen.

De bestelbevestiging die mijn mailbox binnenzeilde was in het Italiaans. Djuh, heb ik mij weer laten bedotten dacht ik, en bekeek het bezoekadres op de Nederlandse website. Het bedrijf bleek gevestigd in Amerika. Kreun. Niks klein Europees bedrijfje en gezien de hoeveelheid mails met telkens nieuwe artikelen, niks uitheffingsverkoop. Annuleren ging niet meer want alles was al verzonden. Het bedrijf bleef mijn mailbox volgooien met mooie aanbiedingen. Ik schreef mijzelf uit voor de mails, schold mijzelf even uit want zonde geld en besloot het als een lesje te zien.

Groot was mijn verbazing toen ik dinsdag ineens twee buitenlandse zendingen in mijn postNL app zag staan. Mijn stickers en wauw, zou ik de sieraden dan toch krijgen? dacht ik en klikte door. Beide pakketjes bleken door Aliexpress te zijn verzonden. Dat was even slikken. De kans dat de items ook maar in de verte op hetgeen ik besteld had zou lijken was nihil en daarbij … Aliexpress. Daar koop ik principieel niets.

Donderdag viste ik het eerste pakketje uit de bus met daarin het ringetje met de walvisstaart. Ik was blij verrast dat het zowaar op de foto leek en was voorzien van een zilvermerkje. Hoewel ik principieel tegen Ali ben, deed ik het toch om. Iets met het leed was al geschied.

Zaterdag kwamen de andere twee items binnen. Geheel volgens oorspronkelijke verwachting leken beide sieraden in de verste verte niet op hetgeen ik besteld had. Zowel de kop van de draak als de vleugels waren één grote witte blob. De kolibri’s leken net op kolibri’s en de gouden kleur bleef aan mijn vingers plakken. Beide items heb ik in de vuilnisbak gemikt.

Gelukkig had ik eind vorig jaar al besloten deze actie als een leermomentje te beschouwen dus deed het nu minder pijn. En omdat ik het niet erg vind mijzelf voor schut te zetten op het wereldwijdeweb, zijn jullie nu ook gewaarschuwd. Internet fraude: je tuimelt erin voordat je er erg in hebt.

Edit: Nooit aan reversed image search gedacht tot Marieclaire mij daar op wees. Eerst de etsy-shop van de echte maker gevonden, toen de website. Wel eens gehoord van keuzestress? Daar heb ik nu last van. En dan ga ik nu een nieuwe categorie aan mijn budget toevoegen. Sieraden 😍

Cybercrime

Criminaliteit in welke vorm dan ook is al zo oud als de weg naar Rome. Correctie. Wat zeg ik: ouder dan de weg naar Rome en omdat de mens een inventief wezen is, schieten nieuwe vormen van criminaliteit als paddenstoelen uit de grond, zonder dat de oude vormen aan populariteit inboeten.

Tegenwoordig is cybercrime schering en inslag. Spam- en phishing appjes en mail vliegen ons om de oren en hoewel de meeste berichten voor mij steeds als nep of crimineel te herkennen zijn (koffiedigitalix, je hebt een bolPUNTcom giftcard gewonnen, afzender bolinfo@hejhtejyte.com), is dat niet voor iedere eindgebruiker weggelegd. Of wat te denken van ouders die het schijnbaar normaal vinden dat hun kroost bij verlies van telefoon en bankpas, niet alleen telefoon en bankpas vernieuwen, maar ook telefoon- en bankrekeningnummer, en op basis van een vaag what’s appje een bak geld overmaken naar die nieuwe rekening.

Toch worden de berichten steeds beter qua opzet en inhoud, lijken steeds vaker echt te zijn, en maken oplichters steeds vaker gebruik van een mailadres wat gelijk lijkt te zijn aan het eigen mailadres (spoofing) of een phishing website die slechts één lettertje (of extensie) afwijkt van de originele site. De vraag om je inloggegevens in te voeren lijkt daarmee legitiem.

Dan hebben we nog de hackers. Sommige hacken voor de lol, andere doen het om (een deel van) je documenten/informatie te gijzelen. Op dit moment is het hacken op Smoelenboek hot. Je krijgt via de berichten door een vriend een filmpje toegestuurd en als je de link in het bericht (en daarmee youtube (Google) opent ben jij het volgende slachtoffer. Of niet, wanneer je het snel genoeg door hebben en het wachtwoord wijzigen.

In die laatste hack ben ik eenmaal ingestonken. Ik ben nu eenmaal actief op social media, en plaats ook wel eens een filmpje, dus de vraag van een goede vriend (die wel vaker een chatberichtje stuurt() ben jij dat in het filmpje leek legitiem. Inderdaad, leek. Voor de veiligheid heb ik niet alleen mijn Smoelenboek wachtwoord, maar ook een aantal andere aangepast, waardoor ik momenteel regelmatig met een denkrimpel rondloop: wat was het ook al weer?

En dan heb je nog de zogenaamde DDOS-aanvallen. Een DDOS-aanval is gericht op het creëren van zoveel verkeer naar een website/server dat deze overbelast raak en de de site of server onderuit gaat. Betreft het een website, is het een gerichte aanval. Betreft het een server, dan kan iedereen/elke organisatie die op enige manier van de server gebruik maakt, hier last van hebben.

Afgelopen vrijdag werd een openbare server aangevallen. Dit had door de omvang tot tweemaal toe effect op onze website en de via onze website te benaderen applicaties. ‘s-morgens dachten we nog dat er een eigen server onderuit was gegaan, maar al snel bleek dat het om een DDOS-aanval ging. Dan kan je dus helemaal niets meer behalve wachten en er het beste van hopen.

Normaal kunnen we storingen communiceren via ons intranet maar nu niet met als gevolg dat onze zorgmedewerkers niet wisten waar ze aan toe waren en de Helpdesk platgebeld werd. Aan het eind van de ochtend waren we weer online, om twee uur later weer onderuit te gaan. Dit keer kon ik nog snel een bericht plaatsen, en hebben we via een app die nog wel online was (en door de meeste zorgmedewerkers wordt gebruikt om de cliënten dossiers in te zien) kunnen communiceren. Daarnaast heeft het hoofd communicatie een mail naar alle managers gestuurd met uitleg en het verzoek hun medewerkers te informeren.

Na zo’n dag zit ik niet op computer-hack-gedoe te wachten. En wat denk je. Ik kreeg weer een berichtje met de vraag of ik dat was op het filmpje. Een gewaarschuwd mens telt voor twee dus ik stuurde een appje naar de vriendin in kwestie. Samen zijn wij tot de conclusie gekomen dat hackers assholes zijn. Niks meer, niets minder.

Om op een vrolijkere noot te eindigen deel ik een conference van James Veitch.