Toet&Co: Fluf en het Ei van Columbus

Met een flits en knal vertrok de tijdmachine richting Jutland in het algemeen en de heg van het Gele Huis in het bijzonder. Aangezien dat tijdreizen in een vloek en een zucht gebeurt verwachtte ik dat ik al snel bericht van Anuschka zou krijgen dat de Boysz, samen met Rudolf, zich voor de varm chokolade hadden gemeld. Dat bericht bleef uit. Net als de terugkomst van de Boysz.

Ik weet het, die drie, die lopen niet in zeven sloten tegelijkertijd, maar voor zes sloten en een meer draaien zij hun pootje, slurfje en staartje niet om. In Nederland kletsen zij zich overal wel uit, maar hun Deens is niet noemenswaardig. Jullie kunnen mijn opluchting voorstellen toen vanmorgen de tijdmachine met een knal de huiskamer in flitste. Die opluchting werd al snel vervangen door bezorgdheid en nog sneller door boosheid.

Hoezo boosheid, zie ik jullie denken… Ik laat de Boysz het zelf vertellen.

Bij aankomst lag er geen sneeuw, vertelde Toet om daarna, met zijn pootje voor zijn mond om een teiltje te vragen. Rozi hield enigszins delicaat zijn sjaaltje voor zijn slurfje terwijl Moetlje bedacht dat de tijdmachine ook een teiltje was. So wai zochten the snow op bai making small jumps naar de fjutur. Toet deed een poging afscheid te nemen van zijn fluf en stuf maar vervolgde al boerend het verhaal. Na elke sprong begonnen er een paar honden te blaffen, niet normaal joh. Dus maakte ik wat grotere sprongen in de hoop dat die beesten er dan niet meer waren.

End den daar woas snow. Wai plaid en plaid until onze tootjes wer almost bevroren end then Rudolf sai Varm Chocolade. So wai nokt on duh door of the Yellow House. De deur ging open, piepte Rozi, en wij zeiden, Hoi Anuschka, wij komen chocolademelk drinken. Maar het was Anuschka niet. Denken wij. Want de persoon zei iets in het Deens en de deur werd dichtgesmeten.

End den Toet sai, Missjiems sain wai wel to far into duh future gejumpt. So wai gingen searchen for someting met een date erop. Maar natuurlijk nergens te vinden, he, bromde Toet, dus dacht ik dan maar terug naar de dag waarop we zijn vertrokken, 18 januari 2023.

Bud joes sees, ai kom from Amerika, and ai did it fout. So we landed in 2032. So wai nokt weer on duh door end nou wie was lucky. It was Anuschka det opend duh door end sai sai Jullie hebben wel jullie tijd genomen zeg. Kom binnen, dan maak ik warme chocolademelk. Pas binnen kwamen we erachter dat we tien jaar te ver in de toekomst zaten, zei Toet. Yeas, end den Toet hed a brainwave, mompelde Moeltje. Ondanks het stevig vasthouden van het teiltje en de zachte burpjes had hij wel een brede grijns op zijn gezicht.

Na het afscheid sprongen we naar 18 januari 2031. Weer zei Anuschka Jullie hebben wel jullie tijd genomen zeg. Kom binnen, dan maak ik warme chocolademelk. In 2030 was er niemand thuis, in 2029 lag er teveel sneeuw om de deur open te krijgen, in 2028 dronken we weer warme chocola, net als in 2027 en 2026. In 2025 begon ik een beetje misselijk te worden maar hé, warme chocolademelk doet wonderen. In 2024 ging Moeltje over zijn nek, dus hebben we Rudolf naar 2023 gebracht en zijn toen naar huis gekomen, piept Rozi.

Kijk, en toen waren we zo misselijk dat ik dacht, als we nu eens niet naar de 18e maar naar de 28ste springen, dan is die misselijkheid wel over. Maar dat blijkt dus niet zo te werken, bromt Toet, en buigt zich weer over de rand van de tijdmachine die nu gedegradeerd is tot spuugbak. Ik kijk de Boysz aan. Misschien blijven jullie de komende twee jaar wel misselijk, zeg ik pessimistisch. Die opmerking hakt er bij de Boysz wel in.

Dat was vanmorgen. Ondertussen heeft een warme douche wonderen gedaan en zitten de heren warm onder een dekentje op de stoel. Soms hoor ik nog een zacht burpje, maar Moeltje heeft ondertussen verklaard dat een klein hapje er wel weer in gaat. Es joes schrijft over out adventjur. will joes dan ook sorrty tegen Anuschka seggen. Wai beloof det wai de volgende keer, when wai bai Rudolf op visit goad, det wai even langskomen. Bud wai hoef geen warm chokolad meer. Wai hef genoeg gehed. In duh fjuture.

Anuschka, bij deze. En mocht je denken, wat zit daar onder die heg, dat is waarschijnlijk Rudolf.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje is een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier sindsdien min of meer illegaal.

Toet & Co: Afscheid

Na het overwinnen van de communicatieve hobbel en met een laagje sneeuw op het balkon, leek de overgang van trio naar kwartet een feit. Eerst met behulp van de iPad, later gebruikmakend van mijn laptop, vuurde de Boysz de ene na de andere vraag op Rudolf af om het rendier beter te leren kennen. De eerste die afknapt op deze manier van communiceren is Moeltje.

Ai tenk det ut time is det hai gaat tokken like a Dutchie!, verklaart het beertje. Ohoh wat ben jij hypocrediet, piept Rozi. Jij spreekt zelf ook geen Nederlands. Het beertje kijkt hem boos aan. Joes begraipen toch woat ai see, bromt hij, end ai begraip waar joes over tokken. Bud ut is not joes twee, it’s det stupid Google Trans Late. Sai wil not listen to me so ai ken nooit tok alleen with Rudolf.

De tweede die er de brui aan geeft is Rudolf zelf. Zijn antwoorden worden steeds korten, en een wedervraag stellen is er niet meer bij. Is er iets aan de hand?, vraagt Toet het rendier uiteindelijk. Je bent zo stil? Voor het eerst in lange tijd antwoordt Rudolf met een zin.

Joes bent homesick, weet Moeltje. Ai hef been homesick too. Det was before dis house werd mai home. Google Translate en Rudolf blijven stil. Toet niet. Bare hold fast. Vi skal diskutere. Ik word er bij geroepen.

Rudolf heeft heimwee, meldt Toet. End hai is really sick. Hai denkt det boterbloemen ken tok, doet Moeltje een duit in het zakje. So ai denk hai verliest his maind. Ik weet waar de Boysz Rudolf hebben gevonden en zeg niks. Wij willen hem wel naar huis brengen maar hebben een probleem. Nou ja, ik heb een probleem, zegt Toet. Ik ben de navigator en ik weet eigenlijk niet meer waar we hem precies hebben opgepikt. Ik ging voor Lapland maar aangezien we in Jutland zijn gesignaleerd…. Het muisje kijkt mij vertwijfeld aan.

Ik tover een foto op het scherm een vraag… Is dit voldoende om de weg terug te vinden?

Voor de Boys iets kunnen zeggen schreeuwt Rudolf tegen mijn laptop en begint mevrouw G. Translate te vertalen.

Tien minuten later zitten de heren met z’n vieren in de tijdmachine. Vergeten jullie niet om even aan te kloppen bij het Gele Huis om Anuschka de groeten te doen, vraag ik de heren. Ja ja, bromt Toet, maak je maar geen zorgen.
Natoerlijk doe wai klop aan, grinnikt Moeltje. Sai wil geef us hot sjokolat end hot sjokelat is mai favorut drink. Niet alleen zijn oogjes glimmen. Voor de verandering heeft Google T chocolade van Moeltjes woorden kunnen maken en varm chokolade… dat lust ook Rudolf.

Ik krijg nog een stevige knuffel van Rudolf en dan verdwijnt de tijdmachine met een flits richting Het Gele Huis, Jutland. Nou maar hopen dat er nu nog sneeuw ligt, anders krijgt Anuschka bezoek in het verleden. Of in de toekomst. Met Toet als navigator weet je het maar nooit.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje is een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier sindsdien min of meer illegaal.

Toet&Co: Kommunikationsforstyrrelse

De communicatie tussen de Boysz en Rudolf verloopt stroef. Rudolf spreekt geen woord Nederlands of Knu-engels, en de Boysz doen hun best om samen met Google Translate Rudolf op zijn gemak te stellen. Maar helaas. Ai hef duh gevoel wai hef last ven … het beertje stopt even om naar het scherm te staren en zegt dan vies -tin-aihairiooooo ai denk.

Hoopvol kijkt hij Rudolf aan, maar die geeft geen sjoege. Buiten dwarrelen de eerste vlokjes naar beneden. Het sneeuwt, zegt Toet, Zullen we buiten gaan spelen? Zijn vriendjes knikken. Sataah loenta. Mennaaaaaanko ui koie maan? vraagt Toet met behulp van Google Translate aan de eland, maar Rudolf geeft geen reactie. Wel kijkt hij weemoedig naar buiten. Det sner, verzucht hij zachtjes. Oh, joes wil snert eten, vertaald Moeltje, maar weer geen reactie.

Misschien moeten we hem naar Lapland terug brengen, piept Rozi. Hij ziet er zo zielig uit dat ik niet eens meer blij ben dat er een boom met lichtjes in huis staat. De andere knikken. Ik denk dat je gelijk hebt, zegt Toet. Maar hoe maken we hem duidelijk dat we hem naar huis gaan brengen als hij ons niet verstaat. Perheps sai hef an idie, knikt Moeltje in de richting van hun mens. Sai moet ook no wai bring hem back anders sai mist him end denkt hai is lost.

Rianne, zou jij de tijdmachine voor ons willen pakken. Wij gaan Rudolf naar huis brengen. We hebben het idee dat hij hier niet gelukkig is, en wat wij ook tegen hem zeggen, hij reageert nergens op. De vriendjes kijken mij aan. Ik kijk hen aan. Misschien wil jij het proberen, zegt Toet, en duwt mij de iPad met daarop de vraag Rudolf, zullen we je naar huis brengen vertaald in het Fins. Rudolf, viedäänkö sinut kotiin? Ik ga het niet eens proberen.

Vertaal dit eens in het Deens, stel ik voor. De Boysz kijken me aan. Rudolf komt uit Lapland en spreekt dus Fins, meldt Toet. Volgens Anuschka spreekt Rudolf Deens, en smørrebrød is een Deense lekkernij, dus…. Ik vermoed dat jullie een paar sneeuwbergen te vroeg zijn geland.

Toet kijkt mij aan. Zijn pootjes vliegen over de iPad heen. Dan kijkt hij Rudolf aan en zegt Det sner. Skai vie gaa udenfor? De ogen van Rudolf beginnen te schitteren en hij zegt Ja.

Daar hebben de Boysz Google Translate niet voor nodig en vijf minuten laten staan de vier heren buiten in de sneeuw. Doet joes Anoeschjkaa bedenken for duh tip? vraagt Moeltje voordat ik de deur sluit.

Bij deze! Bedankt Anuschka!

Edit: de Boysz zijn in Jutland ‘gespot’.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje is een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier sindsdien min of meer illegaal.