Dat mijn lijf wel eens dwars ligt is genoeglijk bekend. Soms doet mijn hoofd ook mee. Zoals dit weekend. Het begon woensdag. Met mijn lijf. Ik had wat last van duh sniffles en ik werd mij bewust van een aantal spieren waar ik normaal niet zo gek veel aandacht aan besteed. De pijn bleef. Meer spieren gingen protesteren en ergens vrijdagmiddag was daar het besef dat ik afgelopen dinsdag enorm veel geluk heb gehad.
Toen mijn rechtervoet de leemkuil instapte schoot mijn lijf naar voren waardoor niet alleen mijn linkervoet, maar ook beide armen tot aan de ellebogen in de leem eindigde. Dankzij spieren wiens bestaan ik normaal dus niet erken is niet gebeurd wat op een bospad waarschijnlijk wel gebeurd was. Ik ben niet vol op mijn plaat gegaan. Niet kopje onder gegaan.
Zaterdag ging ik wel kopje onder. Drong het tot mij door hoeveel geluk ik wederom had gehad. Zat mijn hoofd ineens vol in de zwarte wolken. Geen zon te bekennen. Geen puf om wat dan ook te doen. Geen zin om wie dan ook te zien. Zelfs douchen voelde als een opgave. Bankhangend, lanterfanterend en slapend bracht ik het weekend door. Zondagavond rond een uur of 7 sleepte ik mij naar de badkamer om even te douchen. Daar knapt een mens van op .
En vandaag.. vandaag is weer een dag als alle anderen. De zon schijnt, en er komt weer wat uit mijn handen. Lach ik weer om mijn avontuur. Is het weer om te lachen.


