Zondag dacht ik dat ik blij zou worden van een bezoekje aan de Groote Heide. Maandag wist ik dat niet meer zo zeker. Gevoelsmatig had iemand de verwarming uitgedaan. Grumpy dreigde met ijs op de weg. Het was waterkoud en nog net niet mistig. Vanuit het idee, wellicht is het weer van de week nog beroerder trok ik mij van alle ellende niets aan.
De laatste paar keer dat ik de Groote Heide bezocht was ik op zoek naar sporen van de oorlog. Nu niet, al maakte ik wel een foto van de route die ik ooit nog een keertje, al dan niet in goed gezelschap, wil fietsen.

Het plan voor dit keer was nergens naar te zoeken, maar goed om mij heen te kijken en te genieten van al het moois dat de natuur te bieden heeft. Had ik al gezegd dat het waterkoud was. Een beetje heiig. Op het eind zelfs regenachtig. Bij deze.
Startpunt van mijn wandeling waren de groene en witte route. Omdat de mensen voor mij niet bijster doorliepen, ging ik al snel van het pad af. Op sommige stukken van de Groote Heide durf ik dat al aan. Van het padje af kwam ik in de middel of nowhere een verboden toegang bord tegen. Aangezien ik op of rond de Duitse grens wandelde, en ik niet zeker weet of ik mij in het Duits uit een benarde situatie kan kletsen, draaide ik braaf om.
Ik vond de witte route terug. In de buurt van het zweefvliegveld stapte ik over op de rode route en na een rondje over het schietterrein was ik blij dat ik weer witte paaltjes zag. 8,11 kilometer nadat ik Grumpy had verlaten maakte ik zijn deur weer open. Licht verkleumd is een understatement. Maar… trots op mijzelf. Ik heb niks gezocht en genoeg gezien.







Had ik al gezegd dat ik verkleumd ben. Het lijkt verdorie wel winter.


